Onze bevindingen over welke investering nodig is, wijken namelijk nogal af van de bevindingen hierover van het EIB. Het FD publiceerde daarop een artikel, dat vervolgens een flinke discussie losmaakte over de kosten die gemoeid zijn met de stap naar label C. Nou vraag ik mij echter af: is dit wel de juiste discussie? Of zouden we het eigenlijk met elkaar moeten hebben over waarom er niet direct wordt geïnvesteerd in label A?

"Zouden we het eigenlijk met elkaar moeten hebben over waarom er niet direct wordt geïnvesteerd in label A?"

Tjeerd van der Ploeg

Waarom de overheid in wetgeving op dit moment inzet op label C snap ik. Kantooreigenaren nu al de verplichting opleggen om label A te halen is fors. Een stimulans om direct in te zetten op label A zou wat mij betreft echter zeker van de markt en de overheid uit mogen gaan. Al is het maar omdat die verplichting er ook aan zit te komen, zij het pas in 2030.

Verbouw je 1 of 2 keer?

Daarom vraag ik mij af: is de discussie die nu wordt gevoerd over welke investering nodig is om label C te halen wel de juiste? Zouden we, in plaats van de focussen op of het €5 tot €55 per m2 kost (EIB) of €17 tot €180 per m2 (Heembouw), kantooreigenaren niet veel beter bewust kunnen maken van wat er nog komt?

Nu investeren in label C is verplicht, maar zeker is dat je dan een paar jaar later wéér aan de slag kan, omdat dan label A verplicht wordt. En iedereen weet dat twee keer verbouwen altijd duurder uitpakt dan het in één keer goed doen.

Theorie is anders dan de praktijk

Naar aanleiding van het artikel in het FD en de discussie die daarop volgde (zie: Energielabels kosten kantooreigenaren ruim €1 mrd meer dan voorspeld) hebben we gesproken met het EIB. We deden precies hetzelfde onderzoek namelijk, en toch kwamen we op totaal andere bedragen uit. Uit dat prettige gesprek (en ook de discussie die zich online afspeelde) bleek dat dit vooral komt doordat de theorie nou eenmaal anders is dan de praktijk.

Heembouw EIB discussie kosten verduurzaming kantoren

Waar komen de verschillen vandaan?

Zo kiest het EIB in de voor te stellen verduurzamingsoplossingen voor grootschalige toepassing van spouwmuurisolatie. Wij passen dat echter niet of nauwelijks toe in kantoren, om de doodeenvoudige reden dat veel kantoren namelijk geen spouwmuren hebben, en als ze die wel hebben, hebben ze een minimale afmeting, waardoor het nauwelijks een hogere isolatiewaarde oplevert. Daarnaast is spouwmuurisolatie vaak direct gelinkt aan vochtproblemen. Wij kiezen dus voor binnenisolatie met een voorzetwand, wat duurder maar ook beter is.

Verduurzaming kantoor Heembouw isolatie gevel

Nog een voorbeeld: het EIB rekent alleen de kosten voor het vervangen van de lichtbron. Wij passen echter bijna altijd volledig nieuwe armaturen toe. Alleen de lichtbron vervangen is namelijk in veel van de gevallen niet mogelijk en ligt qua garantie moeilijk.

Verduurzaming kantoor Heembouw led verlichting

Bij ons onderzoek is toepassen van een WTW tevens veel duurder dan door het EIB in theorie berekend. Er is naast alleen een WTW-unit namelijk ook een kanalenstelsel nodig. Het kanalenstelsel zorgt ervoor dat alle plafonds open of weg moeten, er een schacht aangelegd moet worden en natuurlijk brandwerende voorzieningen ingepast moeten worden.

Zo goedkoop mogelijk verbeteren

Het EIB sprak naar aanleiding van het artikel met meer partijen en heeft nu een notitie uit doen gaan dat de becijfering inderdaad hoger uitkomt dan oorspronkelijk gecommuniceerd. Ik zelf denk dat het genoemde bedrag nog steeds te laag is, maar wat ik nog veel interessanter vindt, is deze zin uit de notitie van het EIB:

Bij het uitvoeren van de analyse is uitgegaan van de economische ratio: eigenaren van panden zullen, geconfronteerd met de verplichtstelling, hun pand op een zo goedkoop mogelijke wijze willen verbeterenzodat het aan geldende regelgeving voldoet. Uit telefonische gesprekken met pandeigenaren die zijn uitgevoerd in het kader van het onderzoek is gebleken dat dit in de praktijk ook de benaderingswijze van eigenaren zal zijn.

Wat is dan uiteindelijk het goedkoopst?

Als kantooreigenaren inderdaad voor de zo goedkoop mogelijke optie gaan, wat begrijpelijk is, dan zou het dus veel logischer zijn om direct in te zetten op label A. Op de korte termijn is dit dan misschien niet het goedkoopst, maar op de iets langere termijn absoluut wel.

En gezondheid en comfort?

Daar komt nog bij dat ik me kan voorstellen dat gebouweigenaren de waarde van hun pand zo hoog mogelijk willen houden. En de verhuurbaarheid groot. Ook dan is direct de stap maken naar label A veel logischer. Met de stap naar label C ligt namelijk de nadruk op verbeterde isolatie, terwijl bij de stap naar label A ook verbeterde ventilatie wordt meegenomen. Een cruciale factor, want als je niet voldoende ventileert ontstaat een tekort aan zuurstof in het gebouw, wordt het percentage CO2 te hoog en krijgen de gebruikers hoofdpijn.

Met andere woorden: het is goed dat we inzetten op verduurzaming en energiebesparing, maar laten we vooral het comfort en de gezondheid van de gebruikers niet vergeten. Voor ons is dit echt een factor van belang in de adviezen die we geven. Wij willen plekken creëren waar mensen willen zijn. Dan adviseer je niet om alles potdicht te maken.

Heembouw Kantoor Roelofarendsveen label A Duurzaam

Oproep

Graag wil ik dan ook een oproep doen. Zullen we met elkaar heel realistisch blijven communiceren over de kosten? Waarbij we niet uitgaan van de theorie, maar wat het in de praktijk daadwerkelijk aan investeringen vraagt om kantoorgebouwen goed (gezond en comfortabel) te verduurzamen?

En zullen we dan direct ook alle gebouweigenaren bewust maken van de wetgeving die er nu misschien nog niet is, maar die er zeker komt? Want het is natuurlijk prachtig als straks alle gebouwen aan label C voldoen, maar dat is niet het eindstation, dat weten we allemaal. In één keer die stap nemen naar label A zou wat mij betreft dan ook in ieder verduurzamingstraject in ieder geval een gespreksonderwerp moeten zijn.