Praktische implementatie van de circulaire filosofie in de gebouwde omgeving heeft de toekomst. Hoewel ik wel benieuwd ben naar de daadwerkelijke implementatie. Technisch en technologisch gezien zijn er slimme oplossingen voorhanden. Complex wordt het als het gaat om de financial engineering. Hoe worden de verschillende gebouwonderdelen gefinancierd en wie draagt de hoofdverantwoordelijk voor het gebouw als er verschillende eigenaren zijn? Zorgt ons geloof in een duurzame gebouwde omgeving zo niet voor ondoorzichtige en onbegrijpelijke financiële vastgoedproducten?

Duurzaamheid vanuit een circulaire bril

Jarenlang werd er gebouwd vanuit de filosofie dat groei oneindig was. Met als resultaat? Een gigantische berg (potentieel) afval door structurele en significante leegstand van in onbruik geraakte kantoren en winkels. Er was geen aandacht voor de toekomst, voor het moment dat het gebouw zijn functie zou verliezen. Inmiddels lijken de tijden te veranderen. Steeds meer raakt onze maatschappij ervan doordrongen dat ons verblijf op aarde tijdelijk is. Dat ons consumptiepatroon niet eindeloos door kan gaan en dat grondstoffen steeds schaarser worden. De circulaire economie geeft hier een antwoord op en erkent dat wij slechts tijdelijk gebruik moeten maken van hetgeen de aarde ons te bieden heeft en dat we onze bedrijfsmodellen daarop aan moeten passen.

Eindelijk investeren in de lange termijn

Bouwen met oog voor de toekomst en volgens de circulaire gedachte. Dat kan alleen als we slim ontwerpen en nadenken over het upcyclen of recyclen van de gebruikte materialen. Een van de principes van de circulaire economie, is dat je producenten verantwoordelijk maakt voor de levensduur en de restwaarde van hun specifieke productonderdeel. Op die manier loont het om aan bij aanvang van bouwprojecten te investeren in (veelal duurdere) duurzaamheidsoplossingen. Zo verhoog je de prestaties van de onderdelen.

Wanneer je het principe van de circulaire economie in de bouw toepast, zou je het gebouw bijvoorbeeld kunnen ontleden op basis van het 6-S model dat onderscheid maakt tussen:

  • Site (grond)
  • Structure (casco)
  • Skin (gevel)
  • Services (installaties en techniek)
  • Space plan (inrichting/ interieur)
  • Stuff (losse inventaris)

De producenten genereren inkomsten uit feitelijk gebouwgebruik dat door slimme informatietechnologie per gebruiker in kaart wordt gebracht en verrekend.


Wie durft?

Een dergelijke constructie is denkbaar, maar brengt tegelijkertijd ook een hoop vragen met zich mee. Waar naar mijn idee de grootste uitdaging ligt, is de financiering en de juridische aspecten. Wat is de rol, inbreng en verantwoordelijkheid van de makers c.q. bouwers? Wie financiert de verschillende ‘lagen’ in het gebouw wanneer de producenten daadwerkelijk het eigenaarschap behouden? Vervalt de rol van de belegger in die van financier of zelfs hoofdaannemer? En wie draagt bij gedeeld gebruik de marktrisico’s (leegstand, verhuur, exitwaarde etc.)? Als we dit soort vragen niet op een goede manier met elkaar afstemmen, ontstaan er ondoorzichtige financiële producten. Met het risico dat we over een paar jaar eenzelfde soort discussie krijgen als bij de banken enkele jaren terug.

"Waar naar mijn idee de grootste uitdaging ligt, is de financiering en de juridische aspecten."

Een dergelijke aanpak vereist ook dat alle partijen in de marktketen bereid zijn om anders te denken en naar nieuwe businessmodellen te zoeken. Onze opdrachtgevers vragen om concrete circulaire oplossingen. Daarom zijn we op zoek naar partners die niet in marketing en strategie blijven hangen, maar die concreet met ons aan de slag willen om circulair bouwen in een praktische casus optima forma te implementeren.

De casus hebben wij voorhanden.

Wie haakt aan?